
Joop Boerstoel – president-elect van WASBE
Kun je kort inleiden wat WASBE inhoudt en welke missie WASBE heeft?
JB: De afkorting WASBE staat voor World Association for Symphonic Bands and Ensembles. Het is een non-profit organisatie, opgericht in 1981 in Manchester, Engeland, en statutair geregistreerd in Amerika als 501 (c) non-profit organisatie.
De missie bevat onder andere de volgende punten:
- Promoten van symfonische blaasorkesten en blaasensembles als serieuze en onderscheidende media voor muzikale expressie en cultureel erfgoed.
- Op alle mogelijke manieren helpen bij de ontwikkeling van blaasorkest- activiteiten over de hele wereld.
- Het aanmoedigen van internationale uitwisseling van dirigenten, docenten, studenten en componisten.
- Anderen helpen het belang te erkennen van het symfonisch blaasorkest en het blazersensemble.
- Het componeren van originele blaasmuziekliteratuur aanmoedigen die mogelijk het nationale erfgoed weerspiegelt en internationale grenzen overstijgt.
JB: De conferentie voor 2026 vindt voor het eerst in haar 45-jarig bestaan plaats in Zuid-Amerika. Van 20 tot en 25 juli 2026 is Rio de Janeiro, Brazilië, ‘the place to be’. De naam conferentie klinkt misschien wat academisch of theoretisch, maar niets is minder waar.
Hierbij een opsomming van het ‘hoofdprogramma’. Dit programma is samengesteld door een zogenaamde Artistic Organization Committee, waar ik, evenals in 2022 in Praag, voorzitter van ben.
De orkesten worden op diverse manieren gekozen. Een deel van de orkesten komt op uitnodiging van de organisatie, maar het merendeel wordt gekozen uit de orkesten die zich hiervoor hebben aangemeld. Er vinden dagelijks minstens 2, maar meestal meer concerten plaats. Elk concert duurt 50 minuten. Zo treden o.a. op: Banda Sinfónica Nacional de Colombia o.l.v. Christian Malagon, Agostinho Martins Wind Orchestra from Lençois Paulista o.l.v. Marcelo Maganha, Mannheimer Bläserphilharmonie e.V. o.l.v. Miguel Ercolino en de University of New Mexico Wind Symphony o.l.v. Emily Moss.
Daarnaast twee fantastische blaasensembles, te weten SAMP Soloists uit Portugal, o.l.v. Alberto Roque en The University of Michigan Chamber Winds o.l.v. Jason Fettig en Courtney Snyder. De conferentie wordt traditiegetrouw afgesloten met een concert door het World Youth Wind Orchestra (WYWO). Dit jaar maar liefst met twee wereldpremières, te weten A Pageant of Figures and Passing Bells van Kenneth Hesketh en de 4e Symfonie van Arturo Márquez. (Inderdaad, dé componist van o.a. Danzón No. 2).
Verder zijn er elke dag een aantal presentaties geprogrammeerd. Deze presentaties zijn voornamelijk gericht op vijf onderwerpen: Repertoire, Pedagogiek, Programmering, Dirigeren, Toekomstkijk.
Er staan presentaties gepland van o.a.
Evan Feldman (USA) (Five Essential Phrasing Principles for Five Essential Periods of Music), Stéphane Delley en Boris Oppliger (Zwitserland) (The Swiss Group of Five; Myth or Reality?), “Tangos, Maxixes, and Magic-City: Dance Music and Cabaret Culture in Early 20th-Century Paris” door Trae Blanco en Sophie Benn (USA) en Brazilian Repertoire for Symphonic Band door Roberto Farias (Bra).
Daarnaast is er een programma dat ingevuld wordt door de LOC (Local Organizing Committee). Hier zijn o.a. ‘reading sessions’ gepland, een Fringe Festival (nevenprogramma) en presentaties en lezingen door Latijns-Amerikaanse musici.
Welke rol speelt of kan WASBE spelen in het Nederlandse culturele speelveld?
Nederland heeft internationaal (nog steeds) een sterke reputatie op het gebied van de blaasmuziek. WASBE sluit hier inhoudelijk goed op aan en gebruikt Nederland af en toe als inhoudelijke referentie, zeker daar waar het gaat om de zogenaamde community bands. Verder heeft Nederland door de jaren heen regelmatig mensen in het hoofdbestuur gehad, die duidelijk een (positief) stempel op de organisatie hebben weten te drukken. Denk hierbij aan Jan Molenaar, Bert Aalders, Bert Langeler en – tot en met komende zomer – Björn Bus. Daarnaast heeft Nederland twee keer mogen fungeren als organiserend land. Dat was in 1989 in Kerkrade en in 2017 in Utrecht. Gelukkig hebben Nederlandse orkesten ook de weg weten te vinden naar het WASBE-podium en op die manier middels een programmering Nederlandse componisten onder de aandacht kunnen brengen. Maar hier blijven natuurlijk altijd nog uitdagingen.
Hoe denk je de rol van WASBE in Nederland te kunnen vergroten?
JB: Laat ik met het volgende beginnen; stel, mocht WASBE morgen niet meer bestaan, dan zal de blaasmuziek en alles wat daaromtrent in de wereld gaande is gewoon doorgaan. Maar het is ook nooit de intentie geweest om als beleidsorganisatie of hoe je het ook wilt noemen een rol te gaan vervullen. Wat wél hoog in het vaandel staat is het zijn van een internationale netwerkorganisatie waarin leden elkaar motiveren, inspireren en ideeën uitwisselen. En het is een groot misverstand dat dit alleen voor de ‘top’ bestemd is. Dat beeld zou ik graag in de (nabije) toekomst wat meer willen wegnemen.
Op welke manier probeert WASBE (nieuwe/jonge) doelgroepen/dirigenten te bereiken?
JB: Vaak is dat tijdens gesprekjes, of tijdens presentaties bij Dirigentenworkshops. Zo heeft Miguel Etchegoncelay vorig jaar gesproken bij MASO en heb ik een keer over WASBE verteld bij Tactura. Maar ik ben het eens als men zegt dat dat nog ‘actiever’ kan. Het is soms schipperen met de tijd. Gelukkig bereiken we meer en meer via de socialmediaplatforms en zien we ons ledental de laatste maanden weer stijgen. We zijn op alle kanalen te vinden – van X tot Instagram en van Facebook tot Tiktok.
Hoe ondersteunt WASBE de hedendaagse (Nederlandse) dirigenten?
JB: ondersteuning kan op diverse manieren; door bijvoorbeeld tijdens conferenties contacten met collega’s te zoeken, door het bijwonen van lezingen en workshops of door een online coaching traject: https://www.wasbe.org/online-coaching-mentorship. Maar ook bijvoorbeeld door deelname aan het scholarship programma. https://www.wasbe.org/scholarship
Wat heeft WASBE te bieden voor dirigenten van de BVOI??
Wat is de meerwaarde voor een BVOI-lid om zich aan te sluiten bij WASBE?
JB: Ik hoop dat de hiervoor genoemde voorbeelden al een aantal aanknopingspunten heeft gegeven om aan te sluiten bij WASBE. Toen ik in 1997 lid werd was ik ook erg sceptisch óf en zo ja wat en waarom het voor mij iets zou zijn. Gelukkig heb ik me toen laten overhalen om lid te worden en tot op de dag van vandaag heb ik nog geen seconde spijt gehad van mijn jaarlijkse lidmaatschap van 80 dollar per jaar. En ja…het bezoek aan conferenties kost ook zeker wat, maar je haalt er – als het goed is – ook veel kennis en kunde op. Maar misschien nog wel veel meer zoals levenservaring, plezier en nieuwe vrienden.
Wat heeft jou persoonlijk gemotiveerd deze rol te pakken?
JB: Aangezien ik al meerdere jaren betrokken was bij de organisatie en mij ook op diverse manieren heb ingezet – en dat blijkbaar naar tevredenheid heb gedaan -, is de (leef)tijd nu aangebroken om na te denken over beschikbaarheid als voorzitter toen mij concreet de vraag werd gesteld of ik me kandidaat zou willen stellen.
Ik raakte dus steeds meer betrokken, verbonden en enthousiast over alles wat WASBE voor de blaasmuziekwereld doet, en dat gaat terug tot 2007. In dat jaar was mijn – toenmalige – manager van het Mui waar ik werkte, Bert Aalders, voorzitter van de Killarney-conferentie in Ierland. Daar kreeg ik voor het eerst een idee van de positieve sfeer die een conferentie kan uitstralen. Later werd ik steeds meer een soort ‘rechterhand’ van Bert, toen hij samen met anderen de regionale conferenties opzette in Debrecen, Hongarije in 2014 en Praag, Tsjechië in 2016. Dit brengt me ook dichter bij de organisatie, omdat ik in 2014 en 2016 werd gevraagd om alle taken voor de social media van WASBE tijdens deze conferenties op me te nemen, waardoor nauwe samenwerking met de uitvoerend directeur, de LOC-leden en de bestuursleden een must was.
In 2017 tijdens de 18e WASBE-conferentie in Utrecht, maakte ik deel uit van het lokale organisatiecomité; daardoor kreeg ik een heel ander beeld van hoe conferenties worden georganiseerd. Tijdens de conferentie van Praag 2022 en de conferentie voor dit jaar (Rio de Janeiro) ben ik actief als voorzitter van het artistiek planningscomité, waardoor ik in contact kwam met vele orkesten, dirigenten, organisatoren, docenten, musici en uitgevers, enz.
Als ik het geheel bekijk, denk ik dat ik wel kan zeggen dat ik genoeg facetten van WASBE heb gezien om te weten hoe deze organisatie werkt, zou moeten kunnen functioneren en impulsen kan geven aan het muzieklandschap (voor blaasorkesten). Maar… het zijn nog steeds de leden, deelnemers en collega’s die ervoor zorgen dat het werkt.
Welke ervaring en inzichten neem jij mee in jouw rol als voorzitter?
JB: Het is interessant om te zien dat alle voorzitters die ik tot nu toe heb meegemaakt een eigen stijl en werkwijze hebben tijdens de jaarlijkse vergadering in Chicago, maar daarnaast ook online. Ook het inrichten van de vergaderingen is in de loop van de jaren wel wat gewijzigd; van lange, vrij uitgebreide sessies tot anders vormgegeven bijeenkomsten. Bestuursleden thuis meer laten voorbereiden en op de vergadering zelf concreter, efficiënter en slagvaardiger vergaderen. In de middag is er de laatste jaren tijd voor een keynote speaker, of een gast met een interessant onderwerp of een workshop.
Hoe ik e.e.a. zal leiden is nu lastig te verwoorden, maar ik ga zeker voortborduren op de goede voorbeelden die ik heb gezien en vooral ook proberen de bestuursleden actief erbij te betrekken. Ik ben meer de voorzitter van het type dat meer gericht is op het bevorderen van een goede sfeer en samenwerking binnen de groep, maar omdat we in WASBE werken met de zogenaamde Robert’s Rules of Order, is het leiden van een vergadering volgens vastgestelde regels en procedures af en toe een must.
Wat beschouw jij dadelijk als jouw belangrijkste verantwoordelijkheid als nieuwe voorzitter?
JB :
- In het algemeen: voortbouwen op de ideeën, trajecten en projecten die de laatste twee jaar in gang zijn gezet en hun vruchten afwerpen, en deze, waar nodig verder uitwerken, aanscherpen en bijsturen aan de behoeften en mogelijkheden van dit moment. De zaken veranderen momenteel snel, en WASBE moet deze ontwikkelingen nauwkeurig volgen, op reageren of het voortouw nemen.
- Naast de toekomstbestendigheid mogen we ons erfgoed nooit vergeten. Daar zijn we in Nederland gelukkig ook mee bezig, maar ik zou dit internationaal ook graag meer gestructureerd uitgewerkt willen zien. Een concreet plan daarvoor zit op dit moment alleen nog globaal in mijn hoofd en moet nog verder uitgewerkt worden.
- Er zijn wereldwijd nog steeds veel collega’s die zich afvragen ‘Wat levert het mij op?’, waarom zou ik lid worden, WASBE is alleen voor ‘de dirigenten met betere orkesten’ of ‘degenen die het zich kunnen en willen veroorloven’. Ik ga mijn best doen om WASBE toegankelijker te maken voor meer mensen.
- Aandacht besteden aan de terugloop van jonge aanwas in onze orkesten en ons richten op landen, gebieden en regio’s die het momenteel moeilijk hebben, maar waarvan oudsher een blaasmuziekcultuur bestaat. Probeer ook na te gaan of er (op basis van het bruto nationaal inkomen per land) een mogelijkheid bestaat om een gedifferentieerd contributiebedrag in te voeren, zodat meer dirigenten, docenten, bands enz. interesse krijgen in WASBE. Dit plan is inmiddels al in gang gezet.
Voor welke uitdagingen staat WASBE in de toekomst?
JB: Evenals veel andere, wereldwijd opererende organisaties kent WASBE ook zeker de nodige uitdagingen. Deze liggen op diverse vlakken. Artistiek (ontwikkeling repertoire, ontwikkeling technologie enz.), op financieel gebied (duurzame financiering, verhouding tussen bijdragen leden en kosten van o.a. conferenties mede gezien veranderende culturele maar vooral ook economische omstandigheden). En natuurlijk de bevordering van inclusiviteit en het behouden van relevantie in een diverse internationale gemeenschap.
Welk advies zou jij BVOI-leden en andere componisten/musici willen meegeven als voorzitter van WASBE?
JB : Geen advies, maar een wens: ik zou het iedereen zo gunnen dat ze door een organisatie als WASBE mogen gaan ervaren hoeveel meer er nog te ontdekken is, hoe fijn het is om je ervaringen te delen met mensen uit andere windstreken, en vooral – mocht je daar voor open staan – hoe er soms waardevolle vriendschappen voor het leven ontstaan. WASBE verrijkt je leven, dat durf ik na al die jaren zeker te stellen.
Wat wil je na je voorzitterschap bereikt hebben?
JB: Het voorzitterschap is, o.a. vanwege de grote belasting en investering in tijd, middelen en energie die het vraagt, een taak voor (slechts) twee jaar. Gelukkig is er de laatste jaren een meer dan goede verstandhouding tussen de zogenaamde president-elect (2 jaar), de president (2 jaar) en de past-president (2 jaar) zodat de plannen die uitgewerkt moeten worden altijd in gezamenlijkheid worden besproken en er dus sprake is van een doorgaande beleidslijn. Het gaat er dan niet echt om wat ‘ik’ bereikt heb, maar waar de organisatie weer de toekomst mee in kan. En daar ga ik mijn uiterste best voor doen.


