
BvOI-bestuurder Arjan Dunning zet vraagtekens bij de handhaving van de wet DBA
Afgelopen maandag verscheen in De Volkskrant een uitgebreide analyse over de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) en de aangekondigde handhaving daarvan. Er is veel onzekerheid onder een grote groep zelfstandigen; kunnen ze wel zzp’er blijven, moeten ze tegen wil en dank (terug) in loondienst? Of andersom, omdat de kosten niet te dragen zijn voor opdrachtgevers? Hieronder een korte samenvatting van het artikel in De Volkskrant. De reactie van BvOI-bestuurder Arjan Dunning is wel integraal overgenomen.
De overheid bereidt zich voor op strengere handhaving tegen schijnzelfstandigheid, wat leidt tot groeiende onrust onder zzp’ers. Veel zzp’ers vrezen dat ze door nieuwe regels gedwongen worden terug te keren naar loondienst, wat hun inkomsten en autonomie kan beperken. De wet DBA, die sinds 2016 bestaat maar zelden werd gehandhaafd, zal vanaf januari strikter worden nageleefd. Volgens deze wet mag er geen sprake zijn van een gezagsverhouding tussen opdrachtgever en zzp’er, anders is er sprake van schijnzelfstandigheid. Ook werk dat gelijk is aan het werk dat door personeel in loondienst wordt gedaan, en dat is ingebed in de organisatie (als core business), zal vallen onder de criteria voor schijnzelfstandigheid. Er wordt kritisch op gereageerd en er zijn veel vragen.
René Dongelmans, een psychiatrisch verpleegkundige die enkele jaren geleden koos voor het zzp-schap, vreest nu dat hij door de nieuwe regelgeving zijn zelfstandigheid zal verliezen. Volgens berekeningen van Randstad zou 80% van de zorg-zzp’ers onder de nieuwe wet als schijnzelfstandig kunnen worden beschouwd.
Niet alleen de zorg, maar ook andere sectoren zoals onderwijs, kinderopvang en cultuur ervaren spanning door de aankomende veranderingen. Er heerst onzekerheid of opdrachtgevers zzp’ers nog wel willen inhuren, uit angst voor juridische gevolgen. Frank Alfrink, voorzitter van ZZP Nederland, benadrukt echter dat niet alle zelfstandigen zich zorgen hoeven te maken; zzp’ers die uniek werk doen, blijven vaak buiten schot.
De nieuwe wetgeving kan ook gunstig zijn voor bepaalde groepen, zoals ‘gedwongen schijnzelfstandigen’, die liever in loondienst willen werken. Voorstanders van de strengere handhaving hopen dat dit de balans op de arbeidsmarkt herstelt. Toch blijft er onduidelijkheid over de exacte gevolgen voor specifieke sectoren. Hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp wijst erop dat de onrust over schijnzelfstandigheid al lang speelt en dat bepaalde werkzaamheden, zoals in de zorg of kinderopvang, juridisch gezien nauwelijks zelfstandig uitgevoerd kunnen worden. Uiteindelijk zal de nieuwe wet veel zzp’ers dwingen om een handtekening onder een contract te zetten, iets waar niet iedereen op zit te wachten.
Ook vanuit de culturele sector klinkt een kritische noot
BvOI-bestuurder Arjan Dunning geeft zijn reactie:
“Ik laat me inhuren als professioneel dirigent voor amateurorkesten, ik heb in het verleden veel les gegeven en ik heb inmiddels ook een eigen muziekbedrijf waar ik zelf als opdrachtgever met zzp’ers te maken heb.
Het belang van verandering zie ik zeker: er zijn schijnzelfstandigen, ook in de muzieksector, en de nieuwe wet is een stok achter de deur om daarvan af te komen. Maar ik vraag me af of het voor de cultuursector echt een oplossing biedt. De problemen zijn fundamenteler en niet met een wet op te lossen. Wat als culturele instellingen mensen in loondienst moeten nemen, maar dat niet kunnen betalen? Dan hebben schijnzelfstandigen er weinig aan.
Bovendien vind ik de wet onduidelijk. Is bijvoorbeeld iemand die steeds bij andere orkesten speelt maar daar wel door een leidinggevende wordt aangestuurd straks nog ondernemer? Die onduidelijkheid maakt iedereen een beetje zenuwachtig en in onze sector hebben we met de hogere btw op cultuur en mogelijke bezuinigingen juist behoefte aan zekerheid.”



