bvoi-logobvoi-logobvoi-logobvoi-logo
  • Over de BvOI
  • Voor wie
  • Verhalen
  • Opleidingen
  • Nieuws & thema’s
  • Tarieventool
  • Contact
  • Inlog leden
Word lid
✕

“Het dirigeren is voor mij het mooiste wat er is.“

In aanloop naar het Wereld Muziek Concours spreken we met twee dirigenten die met een orkest deelnemen aan de concertwedstrijden. Ze acteren in verschillende disciplines en divisies. Eerder spraken we met Joop Nijholt, de tweede dirigent die we spreken is Arjan Gaasbeek.
Door Gera Pas-Clements

Voor me zit Arjan Gaasbeek. Vertel in het kort even wie je bent.

Op mijn vierde kreeg ik de eerste (es)klarinetles van mijn opa. Daarna ging het allemaal heel vlot: meespelen in het orkest, solistenconcoursen. Toen ik 9 was heeft opa mij meegenomen naar Pieter Aafjes in Culemborg, daar kreeg ik les van Johan Boonekamp. Al tijdens mijn klarinetstudie kwam het dirigeren op mijn pad. In 2004 kreeg ik mijn eerste jeugdorkest en in 2006 met Kunst Na Arbeid Ingen mijn eerste ‘grote’ orkest. In 2013 ben ik HaFaBra directie gaan studeren in Groningen bij Tijmen Botma.

Momenteel ben ik dirigent van 5 harmonieorkesten. Het dirigeren is voor mij het mooiste wat er is. Het verenigingsleven, de passie voor muziek, het samen ergens naar toewerken, op zoek naar mooie activiteiten en daarbij behorende programma’s.

Met welk orkest ga je deelnemen aan het WMC ’26 en wat is echt kenmerkend aan dit orkest?

Met Harmonie Sub Umbra uit Meerveldhoven. Ik ben sinds de zomer van 2017 dirigent van dit orkest. We hebben in 2019 en 2023 twee hele mooie concoursen gespeeld, en bij de langetermijnplanning kwam toen het WMC als idee op tafel. En kenmerkend voor deze vereniging, er kwam een presentatie, het enthousiasme steeg en er werd gesproken over een plan hoe deze WMC-deelname in te richten.

Er is samen met de stichting Vrienden van Sub Umbra nagedacht over hoe we ons orkest met deze deelname verder kunnen ontwikkelen, en ik moet zeggen dat dat uitstekend gelukt is. Er is bij elke sectie twee keer een specialist geweest, zoals bijv. Perry Hoogendijk bij de bastuba’s, Renato Meli bij de euphoniums, Jos Zegers bij het hoge hout. Verder hebben we een compositie in opdracht kunnen laten schrijven.

Ik kan nu, ruim een week voor het WMC al wel concluderen dat het doel wat we met de WMC-deelname wilden bereiken gehaald is.

Hoe heeft de keuze van het (verplichte) werk invloed gehad op de manier waarop je het seizoen hebt opgebouwd? Kun je specifieke uitdagingen noemen en hoe je deze hebt aangevlogen?

We zijn in november begonnen met het kennismaken met het verplichte werk en het openingswerk. In februari en maart hebben we nog een kort uitstapje gemaakt naar een promsconcert. En na deze proms in maart was de opdrachtcompositie ook klaar en zijn we volle bak met het WMC-programma doorgegaan tot nu. Ik vind het toch altijd een lastig proces om dan alle stukken tegelijk te ontwikkelen, elk stuk met zijn eigen uitdagingen.

Is er tijdens het repetitieproces een moment geweest waarop het orkest een duidelijke artistieke doorbraak maakte, dat dingen op hun plek vielen? Waardoor kwam dat volgens jou?

Absoluut, voor mij was de zaterdagmiddag van het repetitieweekend echt een doorbraak moment. Het was eind juni, we hadden op het laatste moment toch nog een zaal met airco kunnen regelen. In de ochtend hadden we in groepen gerepeteerd. En na de lunch vielen er echt heel veel kwartjes in die repetitie. Men voelt dat dan natuurlijk ook. Hoe dat komt vind ik dan lastig te benoemen, maar ik denk zeker dat het samen op pad zijn in zo’n weekend en dus ook de sociale verbondenheid daar een grote rol in speelt.

Hoe bewaak je de balans tussen technische perfectie en het behouden van muzikaal plezier bij de orkestleden?

Ik denk door de manier van repeteren en de sfeer op de repetitie. Ik probeer elke repetitie alle WMC-noten te spelen, dus als we een van de grote werken uitgebreid hebben gerepeteerd spelen we aan het einde de andere door bijvoorbeeld. Er wordt in Veldhoven keihard gewerkt maar ook regelmatig gelachen. Men is zo fanatiek om dit programma zo mooi mogelijk te spelen, dat steekt elkaar ook aan natuurlijk. Grappig om te zien, hoe fijner de repetitie, hoe drukker de derde helft daarna ook is. En daar kunnen ze ook wat van in Veldhoven 😉

Welke rol spelen de ervaren spelers binnen het orkest bij de voorbereiding op een concours van dit niveau?

Misschien niet eens een rol die benoemd wordt, maar natuurlijk is deze rol er wel. Het initiatief nemen in het spelen, het initiatief om bijvoorbeeld even wat extra’s te organiseren. En, als ervaren muzikanten zeggen: Ik heb nog nooit op het WMC gespeeld, maar nu gaat dat toch echt gebeuren! Dat werk wel heel aanstekelijk.

Als je één repetitie uit de afgelopen maanden opnieuw zou mogen doen, welke zou dat zijn en waarom?

Nou die kan ik niet bedenken eigenlijk. Natuurlijk is er soms een repetitie in zo’n proces die net even wat rommeliger of stroever verloopt, maar ik denk dat je dat ook nodig hebt in zo’n route als deze.

Wanneer ben je na het optreden tevreden?

Welk aspect is daarin leidend voor jou (puntenaantal, eigen beleving, gevoel bij de orkestleden, iets anders)?
Ik hoop heel erg dat we een optreden kunnen neerzetten waar we zelf heel blij mee zijn. Zoals al eerder benoemd, het doel om ons orkest te ontwikkelen/beter te maken is absoluut bereikt! Het orkest is echt dolblij met het programma, dat krijg ik nog altijd wekelijks te horen. Een super blij en gemotiveerd orkest met een prachtig programma op een groots podium, ik heb er ongelooflijk veel zin in!

Dank je wel, Arjan voor dit interview!

 

Het optreden:
Zaterdag 25 juli -Rodahal Kerkrade
👉🏻 15.30: Harmonie Sub Umbra – Veldhoven (NL)

Gerelateerde berichten

Dirigent Joop Nijholt over WMC-deelname Schoonhoven B
Uitbreiding programma-aanbod op NK’s
WMC 2026; enkele nieuwe elementen

Deel via
  info@bvoi.nl
Word nu lid!
© 2026 BvOI     Privacy     Sitemap     Contact
    Word lid