bvoi-logobvoi-logobvoi-logobvoi-logo
  • Over de BvOI
  • Voor wie
  • Verhalen
  • Opleidingen
  • Nieuws & thema’s
  • Tarieventool
  • Contact
  • Inlog leden
Word lid
✕

“Met je vader mee naar de fanfare is niet meer de regel.”

In aanloop naar het Wereld Muziek Concours spreken we met drie dirigenten die met een orkest deelnemen aan de concertwedstrijden. Ze acteren in diverse disciplines én in verschillende divisies. De eerste dirigent die zal aantreden is Joop Nijholt.
Door: Gera Pas-Clements

Voor me zit Joop Nijholt. Vertel in het kort even wie je bent.

Wat is je muzikale achtergrond?
Ik denk, dat dit een herkenbare schets wordt: Op 8-jarige leeftijd fietste ik naar een open dag van de muziekschool en daar viel ik voor de trompet. Na 10 jaar thuis studeren, spelen in mooie orkesten, genieten van muziekkampen, concoursen, concerten en andere muzikale activiteiten volgde het conservatorium. Ik studeerde de hoofdvakken klassiek trompet en hafa-directie in resp. Utrecht, Amsterdam en Den Haag en behaalde in beide richtingen mijn master. Docenten waren Willem van der Vliet, Danny Oosterman en Alex Schillings. Ik ben hen dankbaar voor de veelzijdige muzikale vorming.

Wat drijft jou in het dirigentenvak?
Ik combineer het dirigeren met lesgeven en een parttime baan bij Terpstra Muziek. Elke dag kent een andere indeling en dat is iets wat mij past. In dit vak raak je nooit uitgeleerd. Ik lees graag boeken over dirigeren en dirigenten en bezoek nog steeds gretig repetities van (buitenlandse) dirigenten. Onlangs bezocht ik nog een repetitie van de Schotse dirigent Katrina Marzella-Wheeler. En weer was ik onder de indruk. Deze keer vanwege van haar grondigheid, organisatie & planning en gezag. Ze stond echt ‘haar mannetje’. Voor mij zijn dit inspirerende momenten. Een andere drijfveer is het thuisfront. Mijn vrouw Judith en zoon Jordi steunen mij onuitputtelijk, vooral in drukke tijden.

Wat vind jij nou zo mooi aan de Nederlandse hafabra-cultuur?
Hmm, dat is een interessante vraag. .. ‘Met je vader mee naar de fanfare’ is niet meer de regel. Juist die natuurlijke stroming was/is zo mooi aan de sector. Ik heb in mijn jeugd in flinke jeugdorkesten gespeeld. Als klein jochie zag ik de (oudere) bassist van het jeugdorkest roken tijdens de repetitie. Er hing een asbakje aan zijn lessenaar en zijn bas had ontelbare deuken. Die ging dan ook zonder koffer de achterbak van zijn Opel Kadett in. Kleurrijke figuren! Hoe leg je een leek uit, dat deze ’teamsport’ eigenlijk essentieel is binnen de opvoeding van een kind of tiener? Het beïnvloedt de groei van de hersenen, kweekt empathie en je maakt vrienden voor het leven. In verhouding met de vorige eeuw is de vanzelfsprekendheid van muziekonderwijs helaas weggevallen. De culturele kaalslag vanaf begin deze eeuw binnen de culturele sector laat zijn sporen inmiddels na en veel muziekverenigingen en muziekscholen worstelen met een ledentekort. Wat ik hierboven schets bestaat nog steeds, maar op kleinere schaal. Als muziekonderwijs écht betaalbaar wordt en prioriteit krijgt op basisscholen én binnen de overheid op lokaal, regionaal en landelijk niveau kunnen we mijns inziens weer uitgaan van schaalvergroting.

Met welk orkest ga je deelnemen aan het WMC ’26 en wat is echt kenmerkend aan dit orkest?

Met brassband Schoonhoven B, uitkomend in de 2e divisie. Kenmerkend is misschien, dat deze band altijd een interessant jaar- en wedstrijdprogramma samen weet te stellen. Om in de divisie te kunnen blijven moet een hafabra-orkest 1x per 5 jaar op concours en wij vinden het WMC daar het juiste podium voor. De jury is vaak internationaal en dat geeft het nét even wat meer elan.

Hoe heeft de keuze van het (verplichte) werk invloed gehad op de manier waarop je het seizoen hebt opgebouwd? Kun je specifieke uitdagingen noemen en hoe je deze hebt aangevlogen?

We proberen elk seizoen 2 wedstrijden in te passen, een aantal try-outconcerten, een groot (thema)concert en de standaardevenementen als Koningsdag, 4 mei en Bartholomeusdag hebben ook hun plek . Dat is dit seizoen niet anders, ondanks het WMC. Het verplicht werk stimuleerde ons wel om goede overwegingen te maken t.a.v. het keuzeprogramma. Het resultaat is dat onze composities op het WMC allen binnen een Zwitsers thema passen. De muziekcommissie was er vrij snel uit.

Welke muzikale details hebben tijdens de voorbereidingen de meeste aandacht gevraagd, terwijl het publiek die misschien niet (of beperkt) zal opmerken?

Een goede sound, balansaspecten, eventuele aanpassingen, dynamiek en de muzikale lijnen krijgen uiteraard voorrang. ‘The devil is in the detail’, dus dat komt ook aan bod. Ik onderschat het publiek nooit en ga ervan uit dat ze kritisch luisteren en de uitersten waarderen.

Is er tijdens het repetitieproces een moment geweest waarop het orkest een duidelijke artistieke doorbraak maakte, dat dingen op hun plek vielen? Waardoor kwam dat volgens jou?

Een repetitieweekend met gastdirigent creëert vrijwel altijd stamina, (zelf)vertrouwen een goede mindset bij de band en dat was nu ook zo.

Hoe bewaak je de balans tussen technische perfectie en het behouden van muzikaal plezier bij de orkestleden?

Kritisch en vlot repeteren, vragen i.p.v. eisen, de menselijke norm bewaken, humor toevoegen en dat binnen een goede planning. Doorgaans is dat een wisselwerking die ook vanuit de band komt.

Welke rol spelen de ervaren spelers binnen het orkest bij de voorbereiding op een concours van dit niveau?

In een brassband is iedereen solist en tutti speler. De principalspelers zijn doorgaans meer ervaren. De stempel die zij op een voorbereiding drukken bestaat bijvoorbeeld uit coaching, positivisme, fanatisme, meedenken en het voortouw nemen in muzikale expressie.

Welke voorbereiding vind je minstens zo belangrijk als de muzikale voorbereiding voor een optreden op het WMC-podium?

De band neemt elke voorbereiding serieus en ik ook. Maar bij een NBK worden we vaak nog iets fanatieker. Tivoli Vredenburg is een prachtige zaal, waar details makkelijk verloren gaan. Bij zo’n evenement gaat er qua inzet vaak nog wel een tandje bij.

Wanneer ben je na het optreden tevreden?

Welk aspect is daarin leidend voor jou (puntenaantal, eigen beleving, gevoel bij de orkestleden, iets anders)?
Vorig jaar wonnen we de DOBC in onze divisie en dat kwam als een verrassing. Op de NBK, een paar maanden later, werden we 4e, terwijl we na het spelen een top3 gevoel hadden en de website 4barsrest ons op 1 had staan. Het gevoel na afloop en de uiteindelijke uitslag staan los van elkaar. De jury is totaal onafhankelijk en heeft haar eigen criteria. Ik las laatst een FaceBook-post van de Britse musicus-dirigent David Morton. Hij schreef openhartig dat hij een zeer succesvol jaar had beleefd als dirigent, maar toch even vaak laatste als eerste was geworden. De Britten zeggen dan: ’that’s banding’; ofwel, het hoort er allemaal bij. Dit WMC hebben we slechts een concurrent, echter, wel een brassband uit een hogere divisie. Buitenlandse orkesten mogen zich namelijk een divisie lager inschrijven. Een wat ouderwetse regel, daar de landen om ons heen qua blaasmuziek allang niet meer voor ons onderdoen. Onze verwachtingen zijn dus realistisch. We gaan uit van eigen kracht en eigen interpretaties. En natuurlijk maken we er een gezellig weekeinde van!

Dank je wel, Joop voor dit interview!

 

Het optreden:
Zondag 12 juli – Theater Kerkrade
19.00: Cologne Concert Brass (DE)
👉🏻 19.50: Brass Band Schoonhoven B (NL)

Gerelateerde berichten

Dirigent Arjan Gaasbeek over zijn WMC-deelname
Uitbreiding programma-aanbod op NK’s
WMC 2026; enkele nieuwe elementen

Deel via
  info@bvoi.nl
Word nu lid!
© 2026 BvOI     Privacy     Sitemap     Contact
    Word lid